De Officiële Tour de France Gids 2016!

Column van Renaat: Wat als…?

0

Terwijl ik dit schrijf slaat het realiteitsbesef onverbiddelijk toe. Na zijn duidelijke tijdritzege in Megève is Chris Froome meer dan ooit de onbetwistbare nummer één. Hij heeft in de Tour 2016 op elk terrein bewezen de beste te zijn. Bergop, bergaf, in de wind, tegen de klok, ja zelfs in de file van de Tunnel d’Emosson. In tegenstelling tot Froome’s vorige eindzeges is er nog geen absolute nummer twee. We praten er over bij alweer een laat avondmaal. Wat als Froome er deze Tour niet bij was geweest…

Met nog twee bergritten voor de boeg wordt het een dubbeltje op zijn kant voor geletruidrager Mollema. Het is een fantastisch spannend Tourslot. Met vijf renners binnen een minuut en acht seconden snijden we de twee laatste bergritten van de Tour aan. En dat twee dagen voor Parijs, wat een immense luxe qua koersscenario.

De Nederlander begint eraan met een voorsprong van vierentwintig seconden op de Brit Adam Yates. Nairo Quintana vinden we op plek drie op vijfenveertig seconden van Mollema. Ook de vierde in de stand, Romain Bardet, maakt zeker nog kans op het Parijse podium. De Fransman staat op een minuut en vijf seconden van de Groninger. We mogen ook Richie Porte niet vergeten. Hij volgt op een minuut en acht seconden van de Trekrenner. Zelfs Fabio Aru kan nog een bedreiging vormen, al moet de Italiaan dan twee minuten en zestien seconden goedmaken op de Nederlander. Voor Aru pleit zijn puike prestatie in de klimtijdrit.

Zes renners binnen tweeëneenhalve minuut met acht grote beklimmingen voor de boeg, gespreid over twee dagen. Voor elke renner pleit wel wat. Aru bijvoorbeeld heeft een patent op topconditie op het einde van een grote ronde. Zie vorig jaar de Giro en vooral de Vuelta die hij in de allerlaatste bergrit naar zich toe trok. Porte is de pechvogel van deze Tour. Een slecht getimede lekke band in de tweede rit naar Cherbourg-en-Cotentin kostte hem een minuut en vijfenveertig seconden. Lek achteraan in de laatste vijf kilometer van een vlakke rit. Zonder die tegenslag was hij nu zonder twijfel geletruidrager.

Romain Bardet is sluw door de Tour geslopen, als klimmer pur sang staat hij nu ideaal om toe te slaan voor het eindpodium. Een situatie die voor alle zes geldt natuurlijk: Mollema, Yates, Quintana, Bardet, Porte en Aru. Ze maken allemaal nog een kans om te winnen. Het leuke aan deze situatie is dat het een spervuur aan aanvallen kan opleveren. En tegenprikken. Want als er een van die zes gaat, moeten de anderen mee.

Yates is blij dat het werk tegen de klok erop zit. Maar die vierentwintig seconden tegenover Mollema zijn overbrugbaar met een heel late aanval op de enige resterende aankomst bergop in de schaduw van de Mont Blanc. Aan Quintana hoeven we geen woorden vuil te maken. De Colombiaan en ultieme bergritten in een grote ronde, iedereen weet dat het een goed draaiend huwelijk is. En Mollema? Die krijgt de kans van zijn leven op Tourwinst. Hopelijk zijn de benen beter dan op de Emossondam.

Nog interessanter kan het worden wanneer een van de pretendenten zijn kaarten voor de laatste klim op tafel gooit. De negentiende rit heeft als voorlaatste scherprechter de onbekende Montée de Bisanne, een col buiten categorie. Daarna krijg je omzeggens geen meter vlak meer in de finale. Die rit bevat nog de meeste mogelijkheden: als ultiem terrein voor een aanval is er nog de inspirerende slotklim naar Saint-Gervais Mont Blanc. In de twintigste rit, daags voor Parijs, is er de Col de la Ramaz, met een top op ruim veertig kilometer van de aankomst. Als hoofdgerecht is er de Joux Plane, een vervelende col met als toetje een moeilijke afdaling. Het terrein is er, de renners zijn er. De ontknoping der ontknopingen komt eraan. Hup Mollema!

RenaatRenaat Schotte
@wielerman

Reageer

Share.

Reageer